September! De herfst is begonnen! Oh, nee, de klok gaat zo achteruit..

Ik realiseer me net dat de meteorologische herfst het dit jaar bij het juiste eind lijkt te hebben, met dat de herfst op 1 september is begonnen. Het is vandaag een druilerige, wat kille dag waar een zonnetje met regelmaat door een bui wordt afgewisseld, echt het begin van herfstweer, zo lijkt het.
De herfst begint echter feitelijk niet op 1 september, maar op (dit jaar) 21 september. De begindatum van de herfst hangt samen met het eindigen van een klimatologische periode, die met samen met het verminderen van de hoeveelheid daglicht een verandering van het weer doet inzetten. Men noemt dit de ‘astronomische begindatum van de herfst’. Maar waarom zijn er eigenlijk twee data waarop de herfst (en de winter, de lente en de zomer) begint? Waarom houden we een datum aan die, in alle betekenissen van het woord, niet klopt?

De astronomische begindatums van de seizoenen worden ieder jaar opnieuw berekend en die berekening gaat ongeveer als volgt: men bepaalt de kortste dag en de langste dag van een jaar, bijvoorbeeld 21 december en 21 juni. Dat zijn de begindata van de astronomische winter en zomer. De lente valt precies midden tussen de winter en de zomer, in het voorbeeld op 21 maart, en de herfst valt precies tussen de zomer en de opvolgende winter, zoals 21 september.
In de meteorologie werkt men met modellen waar de precieze begindatums van de seizoenen geen rol spelen. In rekenmodellen is het daarnaast veel gemakkelijker, om met volle maanden te rekenen. Daarom heeft men in de meteorologie gekozen, om de seizoenen ieder jaar op dezelfde datum te laten beginnen: 1 december, 1 maart, 1 juni, 1 september. Sinds enige jaren is de meteorologie vaker op TV en internet aan het woord dan de astrologie. Daarom hoor je vaker de door de meteorologen gebruikte datum dan die van de astrologen. En daarom is het anno 2015 zo, dat men op scholen ook ‘de eerste van de maand’ als start van het seizoen verkondigt. Jammer dat je dan niet meer kunt uitleggen, waarom een seizoen start wanneer -ie start.

De lengte van de dagen introduceert nog een ander evenement. Twee keer per jaar verzetten we de klok: in het voorjaar voor het instellen van de zomertijd (klok een uur vooruit) en in het najaar voor het instellen van de wintertijd (klok een uur achteruit).
Vanaf 21 december (de start van de astronomische winter) worden de dagen langer, vanaf 21 juni (start van de astronomische zomer) worden de dager weer korter. Ik heb hieronder in tabelvorm de tijdstippen voor zonsopgang en zonsondergang van het jaar 2013 weergegeven. Voor het gemak heb ik de tijdstippen in ‘wintertijd’ aangehouden (de zomertijd begon op 31 maart en de wintertijd op 27 oktober):

Datum Zon op Zon onder Uren daglicht Zomertijd
21 december  8:46 16:30 7:44
21 januari  8:35 17:08 8:33
21 februari  7:43 18:05 10:22
21 maart  6:40 18:55 12:15
21 april  5:30 19:48 14:18 6:30-20:48
21 mei  4:38 20:36 15:58 5:38-21:36
21 juni  4:20 21:04 16:44 5:20-22:04
21 juli  4:46 20:46 16:00 5:46-21:46
21 augustus  5:34 19:51 15:30 6:34-20:51
21 september  6:24 18:41 12:17 7:24-19:41
21 oktober  7:15 17:33 10:18 8:15-18:33
21 november  8:10 16:41 8:31

Het vooruit zetten van de klok heeft nogal impact op het bioritme van veel mensen. Wie kleine kinderen in huis heeft weet, dat die een paar dagen niet te genieten zijn als er aan de klok gefutseld wordt. In de landbouw en veeteelt is het gebruik van zomertijd lastig, omdat dieren en planten zich niet aan de zomertijd houden. Ook forenzen (mensen die voor hun werk eerder op pad moeten om op tijd aan te komen) hebben geen voordeel van de zomertijd: de lichten moeten in oktober ‘ochtends alsnog aan.

Voor wie is het instellen van de zomertijd dan bedoeld? Het belangrijkste argument is het beter gebruik maken van het daglicht door het gebruik van zomertijd. Daar zit wat in: in de zomermaanden lijkt het langer licht doordat de klok een uur later aanwijst dan ‘normaal’. Op 21 juni, de langste dag van het jaar, gaat de zon hierdoor kunstmatig ruim om 22:04 onder, in plaats van 21:04. Het nadeel is natuurlijk, dat de zon ook later lijkt op te komen: in oktober pas om 8:15, in plaats van 7:15. Is er dan nog steeds een reden om de zomertijd te handhaven? Ik denk persoonlijk van niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *