Meer waddeneilanden dan je wist!

Wij komen met regelmaat op Texel, het eerste en grootste van de Nederlandse waddeneilanden. Onze kinderen kennen het ‘TVTAS’ ezelsbruggetje. Maar wist je dat die sinds een tijdje niet meer klopt, dat het eigenlijk ‘NTVTAS’ zou moeten zijn? En welke eilanden komen er na Schiermonnikoog? En hoe heten die zandplaten die tussen de eilanden verstopt liggen? Vandaag maar eens een onderzoekje gedaan. Er zijn meer dan 50 waddeneilanden waar meer dan 80 duizend mensen wonen!

Noorzee- en waddeneilanden

“Waddeneilanden,” zegt Wikipedia, “liggen in de Noordzee, ten noorden van Nederland en Duitsland en ten westen van Denemarken. Tussen de eilanden en het vasteland ligt de Waddenzee. Het grootste eiland is het Nederlandse Texel, gevolgd door het Deense Rømø en het Duitse Sylt. Sylt heeft met ongeveer 21.000 inwoners de grootste bevolking van alle eilanden.” Huh? Maar de Waddenzee lag toch zo’n beetje tussen Den Helder en Termunterzijl? Nee dus: “de Waddenzee (Fries: Waadsee, Duits: Wattenmeer, Deens: Vadehavet) is de binnenzee tussen de Waddeneilanden en de Noordzee aan de ene kant, en aan de andere kant het vasteland van Nederland, Duitsland en Denemarken.”

Er wordt onderscheid gemaakt tussen eilanden en zandplaten. Eilanden staan (bij gemiddeld hoog water) voor tenminste 1,6 km2 boven water. Wikipedia: “Als de platen droogliggen kan er zich zand afzetten, waardoor ze steeds hoger worden. Sommige platen kunnen zo groeien dat ze alleen nog bij springvloed onder komen te staan of bij extreem hoogwater. Zo kunnen ze uitgroeien tot kleine eilanden.”

Door de wind en de zee is er een hoop beweging in de Waddenzee. Zandplaten groeien, verkleinen en verplaatsen, eilanden ontstaan en verdwijnen. Het meest recente nieuwe eiland is het Duitse Kachelotplate, dat in 2003 ontstond. Gaswinning lijkt daar overigens geen rol bij te spelen.

In de tabel hieronder heb ik alle eilanden en zandplaten in de Waddenzee opgenomen. Veel eilanden zijn gewoon wat je zou verwachten: een stuk land in zee, huizen erop, strand en toegankelijk per veerboot. Maar er zijn er, die met een dijk toegankelijk zijn. Of waar héél weinig mensen wonen. Of slechts ééntje.

Nr Naam Type Land Oppervlakte Inwoners
1 Noorderhaaks Eiland Nederland 4 km² 0
2 Texel Eiland Nederland 161 km² 13614
3 Vlieland Eiland Nederland 36 km² 1072
4 Richel Zandplaat Nederland < 1 km² 0
5 Griend Zandplaat Nederland < 1 km² 0
6 Terschelling Eiland Nederland 86 km² 4832
7 Ameland Eiland Nederland  59 km²  3617
8 Rif Zandplaat Nederland < 1 km² 0
9 Engelsmanplaat Zandplaat Nederland  < 1 km² 0
10 Schiermonnikoog Eiland Nederland  44 km² 914
11 Simonszand Zandplaat Nederland  < 1 km² 0
12 Rottumerplaat Eiland Nederland 8 km²  0
13 Rottumeroog Eiland Nederland  3 km² 0
14 Borkum Eiland Duitsland 31 km²  5225
15 Lütje Hörn Zandplaat Duitsland  < 1 km²  0
16 Kachelotplate Eiland (2003) Duitsland  6 km²  0
17 Memmert Eiland Duitsland  5 km²  0
18 Juist Eiland Duitsland  16 km²  1.589
19 Norderney Eiland Duitsland 26 km² 5.875
20 Baltrum Eiland Duitsland  7 km²  617
21 Langeoog Eiland Duitsland  20 km²  1.757
22 Spiekeroog Eiland Duitsland 18 km² 773
23 Wangerooge Eiland Duitsland 5 km²  1.055
24 Minsener-Oldoog Eiland Duitsland 4 km² 0
25 Mellum Eiland Duitsland 8 km²  0
26 Langlutjen I & II Eilanden Duitsland 3 km²  0
27 Neuwerk Eiland Duitsland 3 km²  33
28 Scharhörn Zandplaat Duitsland < 1 km²  0
29 Nigehörn Zandplaat Duitsland < 1 km²  0
30 Trischen Eiland Duitsland 3 km²  1
31 Blauort Zandplaat Duitsland < 1 km²  0
32 Pellworm Eiland Duitsland 37 km²  1158
33 Nordstrand Schiereiland Duitsland 40 km²  2218
34 de Halligen (10) Eilandengroep Duitsland 23 km²  256
35 Amrum Eiland Duitsland 20 km²  2300
36 Föhr Eiland Duitsland 82 km²  8600
37 Sylt Schiereiland Duitsland 99 km²  21000
38 Rømø Schiereiland Denemarken 130 km²  1000
39 Mandø Schiereiland Denemarken 8 km²  30
40 Fanø Eiland Denemarken 56 km²  3207
41 Langli Zandplaat Denemarken < 1 km²  0

Nauwkeurig in rechte lijnen zagen

Ik maak nogal eens behuizingen en bekistingen van hout. Prototypes, beschermende kisten, opbergdozen, dat soort werk. Als ik er speciaal hout voor ga halen, dan laat ik de bouwmarkt de onderdelen op maat zagen. En anders zaag ik met de hand: ik heb een praktische collectie kapzagen, handzagen en Japanse trekzagen. Lijnen trek ik langs de lineaal, winkelhaak of waterpas. Gaat meestal wel goed.

Aan gereedschap heb ik verder een decoupeerzaag, een handcirkelzaag en een bovenfrees. Alledrie gebruik ik weinig: de decoupeerzaag doet niet aan rechte lijnen, de handcirkelzaag gebruik ik voor het grove werk zoals wanden en vloeren en ik maak zelden of nooit freesranden aan hout. Boren doe ik met twee handboormachines en een mooie verzameling hout- en metaalboren.

Er zijn dingen die ik wil maken waarvoor mijn huidige technieken en gereedschappen ontoereikend zijn. Zo vind ik het moeilijk om nauwkeurig grote stukken plaatmateriaal te zagen. Het lukt me uiteindelijk wel, met handzaag en soms de cirkelzaag, maar het is een gedoe. In de video’s van Bob zie ik hem enthusiast gebruik maken van zaagtafel, afkortzaag en freestafel. Van de video’s van timmerman Koos leer ik echter ook dat je voor veel klussen handige hulpstukken kunt maken en niet altijd je toevlucht hoeft te zoeken naar nieuw gereedschap.

Ik heb een tijdje gezocht naar een goede zaagtafel, maar bij het nalezen van reviews en ervaringen kom ik de opmerking tegen dat “grotere breedtes dan 45 centimeter toch over het algemeen met een handcirkelzaag worden gedaan.” Hm. Dat doe ik zelf ook, maar een rechte zaagsnede over een lengte van een meter of twee is nog niet zo eenvoudig: afmeten, lijn trekken, lijn – recht – volgen met de cirkelzaag. Hoe doet een professional dat? En ik lees ook veel mensen, die met een bovenfrees een (al dan niet tijdelijke) freestafel hebben gemaakt waar ze tandverbindingen mee maken. Is er dan een handiger manier om plaatmateriaal te zagen?

Blijkt dat er best een goedkoop alternatief is, in de vorm van een geleiderail voor de handcirkelzaag. Een geleiderail is een brede aluminium lat waar de cirkelzaag aan vast geklikt kan worden. De geleiderail wordt gepositioneerd waar de zaagsnede moet komen en vastgezet. De cirkelzaag wordt nu langs de geleiderail bewogen en een nauwkeurige zaagsnede is een feit. Ieder merk cirkelzaag heeft z’n eigen geleiderails en binnen hetzelfde merk zijn er ook verschillende oplossingen. Bosch noemt al haar geleiderails ‘FSN’, ondanks het feit dat er tenminste drie niet-uitwisselbare types zijn.

f-gabrielli-master

Bosch GKS 54 CE met geleiderail FSN 140 en zwarte glijvoet

Ik heb een Bosch handcirkelzaag type GKS 54 CE. Hiervoor zijn geleiderails in twee lengtes, de FSN 70 en FSN 140, van 70 en 140 centimeter. Voor mijn cirkelzaag is een adapterbeugel of een glijvoet nodig; voor nieuwere cirkelzagen hoeft dat vaak niet meer en voor die zagen wordt dan een ander type geleiderrail zoals de FSN 800 of FSN 1600 gebruikt. Geleiderails zijn niet goedkoop, maar in vergelijking met een goede zaagtafel scheelt het toch een hele hoop en de resultaten kunnen goed zijn. Ik ga eens experimenteren.

Zaagtafels bekeken

Ik heb een onderzoekje gedaan naar een goede verplaatsbare zaagtafel om plaatmateriaal nauwkeurig op maat te kunnen zagen. Het plaatmateriaal dat ik gebruik heeft standaard afmetingen van 61×122 cm. Ik wil stukken kunnen zagen van ruwweg 1 tot 60 centimeter breedte, tot op de tiende millimeter nauwkeurig.

Om plaatmateriaal van 122 cm in willekeurige stukken te kunnen zagen is idealiter een maximale zaagbreedte van de helft, 61 cm, noodzakelijk. Je kunt tenslotte het plaatmateriaal omdraaien om een klein stukje te zagen. Maar meestal gaan er kleinere stukken van de plaat af dan 61 cm, dus met een wat kleinere maximale breedte is ook goed te werken.

Ik vind het niet erg om de instellingen nog een keer na te moeten meten, als de zaagsnede maar nauwkeurig op de geplande plek komt. Als het een beetje kan zou ik verplaatsbaarheid waarderen. Ik heb de volgende zaagtafels bekeken:

  • De Bosch PTS 10 heeft een dubbel klemmende parallelgeleider van 0 tot 18 centimeter. De tafelverbreder heeft parallelaanslag waarmee materiaal van 14 tot 52 centimeter kan worden gezaagd. Stevige standaard maar mobiele standaard is wiebelig en kost extra. Alleen standaard dikte zaagbladen en niet voor een groefzaag en dus geen mogelijkheid tot het maken van tandverbindingen. Prijsgunstig (ca. 350 euro)
  • De Makita 2704 lijkt een perfecte machine in alle opzichten, behalve misschien de prijs. Een glad werkoppervlak, veel instelmogelijkheden en een dubbelklemmende parallelgeleider. Heel prijzig
  • De Metabo TS254 heeft de beste eigenschappen en is iets goedkoper dan de Makita 2704. Handig inklapbaar onderstel
  • De DeWalt DW744XP is niet meer leverbaar en dat is jammer, want de tandheugelgestuurde parallelgeleider behoort tot de absolute top

In de categorie ‘superieure verplaatsbaarheid’ zijn er drie interessante opties, die evenwel allemaal flink aan de prijs zijn:

  • De Makita MLT100 oog professioneel en stevig. Gebruik van een groefzaag (‘dado’) behoort tot de mogelijkheden. De parallelgeleider klemt maar aan één kant en dat helpt een precieze parallelgeleiding niet. Met tafelverbreding is een maximale breedte van het te zagen materiaal van zo’n 70 centimeter mogelijk. Stevig aan de prijs (ca. 600 euro)
  • De Metabo TS216 is inklapbaar, lichtgewicht en gemakkelijk verplaatsbaar. De parallelaanslag klemt op beide zijden. De maximaal instelbare breedte van de parallelgeleider is niet meer dan een centimeter of dertig. De grotere broer, de TS254, is zwaarder maar heeft, net als de MLT100, een tafelverbreding waar de parallelgeleider op vastklemt. De TS216 is gemiddeld geprijsd
  • De DeWalt DW745 (ca. 600 euro) en de Bosch GTS10 hebben vergelijkbare eigenschappen. De GTS10 heeft de mogelijkheid voor een groefzaag van 1,27 cm en een maximale instelbare breedte van 45 centimeter voor de parallelgeleider; de DW745 kan werkstukken tot 40 cm aan. De GTS10 heeft een stevig onderstel

In de volgende tabel heb ik de bevindingen weergegeven. Het valt me op dat alle merken niet heel transparant zijn over de maximale breedte waarop je de parallelgeleider in kunt stellen, terwijl dat in mijn ogen één van de belangrijkste kenmerken van de zaagtafel is. De Bosch PTS 10 is de enige zaagtafel met twee parallelgeleiders: tot een breedte van 15 centimeter gebruik je de ene, en wil je breder zagen dan gebruik je een hulpstuk van de tafelverbreder. Bij alle andere zaagtafels wordt de parallelgeleider ook op de tafelverbreding toegepast. De Makita MLT100 is de enige zaagtafel met een parallelgeleider die slechts aan één kant vastklemt. Bij de andere zaagtafels klemt de parallelgeleider aan beide kanten, zodat er geen beweging in komt bij het zagen. Niet alle tafels worden standaard met een onderstel geleverd. De onderstellen zijn verschillend van kwaliteit: de meeste zijn stabiel genoeg, maar sommige kun je heel handig opklappen zodat de zaagtafel gemakkelijk verplaatst of opgeborgen kan worden. De Makita MLT100 en de Metabo TS254 zijn de enige zaagtafels waar je met de parallelgeleider een plaat van 61×122 cm kunt halveren.

Merk en type Prijs Zaagbreedte Zaagdiepte Opmerkingen
Bosch PTS 10 € 369,- 15 cm/52 cm 7,5 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
+ Inclusief stabiel onderstel
– Parallelgeleider tot 18 cm
– Niet geschikt voor brede groefzaag
Makita 2704 € 950,- 63 cm 9,3 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
+ Veel scherpstelmogelijkheden
– Behoorlijk aan de prijs
Metabo TS254 € 893,- 63 cm 8,7 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
+ Inklapbaar onderstel
DeWalt DW744 1000 62 cm + Parallelgeleider tandheugelsysteem
+ Geschikt voor groefzaag
– Niet meer leverbaar (tweedehands?)
Makita MLT100 € 513,- 63 cm 9,1 cm + Geschikt voor brede groefzaag
– Parallelgeleider enkelklemmend
– Werkblad niet vlak
Met onderstel € 620,-
Metabo TS216 € 565,- 42 cm 6,3 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
Met onderstel € 592,-
DeWalt DW745 € 633,- 50 cm 7,7 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
– Niet geschikt voor brede groefzaag
Bosch GTS10 € 739,- 45 cm 7,9 cm + Parallelgeleider dubbelklemmend
+ Geschikt voor brede groefzaag
Met onderstel € 950,-

De foto’s hieronder geven de zaagtafels in uitgeklapte toestand weer en zoveel mogelijk zonder onderstel.

Het kiezen van een nauwkeurige, veelzijdige zaagtafel die ook nog eens niet al te veel ruimte inneemt is moeilijk. De prijs speelt natuurlijk een belangrijke rol en dan moet je vaststellen dat de duurdere types betere prestaties kunnen leveren dan de iets goedkopere. Toch is prijs geen garantie voor een betere kwaliteit; de duurdere Makita MLT100 legt het toch af tegen de Bosch PTS 10.

Outdoor zonnecellader voor telefoon en tablet

Met de zomermaanden voor de boeg is de kans groot dat je meer tijd in de buitenlucht doorbrengt, zoals tuin, strand of camping. En dat maakt de kans dat je je telefoon of tablet buiten wilt opladen groter. De vorige generatie zonnecelladers-met-ingebouwde-accu wordt op dit moment vervangen door een generatie van nieuwere, betere en nog mooiere types, een goed moment om een oud model ‘voor weinig’ op de kop te tikken.

Ik heb via eBay een Powertraveller Solarmonkey Adventurer uit Spanje laten komen. Paar tientjes, een derde van de oorspronkelijke prijs. Beetje een risico omdat dit exemplaar waarschijnlijk twee of drie jaar in een voorraadkelder heeft doorgebracht, maar dat bleek allemaal goed te komen.

IMG_1257

Powertraveller Solarmonkey Adventurer 2500 mAh, model 2014

Wat doet zo’n zonnecellader? Het is een zonnecel-met-ingebouwde-LiPo-accu. Je klapt de zonnecel open en zet deze in het daglicht, bij voorkeur buiten. Een beetje waterig zonnetje zet het laadproces al in werking en met een goed zichtbare rode led wordt aangegeven dat de accu wordt op- en bijgeladen. Na 12 uur zon of daglicht, volgens de handleiding, is de accu vol en gaat er een groene led branden. De USB aansluiting maakt het opladen van telefoons en tablets eenvoudig: het juiste laadkabeltje inprikken en je kunt los.

IMG_1254

Een groene led geeft aan dat de accu is opgeladen

De Solarmonkey Adventurer komt in een handig openritsbaar tasje waar de zonnecellader goed beschermd in is opgeborgen. Het oogt ook allemaal net even wat meer ‘praktisch outdoor’ met zo’n tasje: een losse zonncellader is toch meer een ‘gadget’. Er komen een hele rits aan kleine adapterstekkertjes mee, inclusief een oud model iPhone laadkabeltje. Ook een fraaie ophanghaak ontbreekt niet: handig om de zonnecellader aan een deurklink of voorkant van een tent te hangen. Aan het handvat van een rugtas gaat ook prima en aan een boomtak in de zon is helemaal ideaal.

Mijn ervaring met de zonnecellader is tot dusverre erg goed: het laden gaat dankzij de rode led transparant en stabiel en inderdaad is een dagje zomerzon voldoende om de 2500 mAh accu weer helemaal op te laden. Het opladen van een iPhone duurt, afhankelijk van het model, tussen de 2 en 4 uur. Stevig ding. Aanrader.

‘Tegelijk groen’ zorg voor verharding fietsersmentaliteit in de Stad

In de stad Groningen hebben fietsers sinds enkele jaren op diverse kruispunten met verkeerslichten gelijk groen. Dit zorgt voor een merkbaar snellere verkeersdoorstroming en de wachttijd voor fietsers (en hiermee het overige verkeer) wordt sterk verkort omdat fietsers niet meer op elkaar hoeven wachten. Het directe gevolg van ‘gelijk groen’ is echter ook dat de normale voorrangsregels op dat moment weinig betekenis meer hebben. Volgens de gemeente Groningen is ‘gelijk groen’ vooral “een verkeersveilige oplossing”. Maar ik denk dat ‘gelijk groen’ ook een mentaliteitsverandering van fietsers in de Stad tot gevolg heeft, waarin fietsers ook in andere situaties op zoek gaan naar een voor hen veilige en snelle manier om door het verkeer te laveren. Op termijn zou ‘gelijk groen’ wel eens een veel mindere verkeersveilige oplossing kunnen zijn in alle andere verkeerssituaties dan op kruispunten met verkeerslichten. Ik zeg hier ‘op termijn’, maar bedoel daar eigenlijk nu al mee.

IMG_1033

Enkele jaren terug fietste ik met een collega voor het eerst over het kruispunt Europaweg-Griffeweg. Toen de verkeerslichten op groen sprongen zei mijn collega: “geen oogcontact maken met de fietsers die van rechts komen en hard doorfietsen.” En op die manier zag ik vanuit mijn ooghoeken diverse fietsers van rechts op het laatste moment in de remmen hangen om een botsing met ons te vermijden. En eenmaal zelf in zo’n situatie gezeten herken je het gedrag bij andere fietsers meteen: elke keer als ik het kruispunt Hereweg-Zuiderpark passeer zie ik hele hordes fietsers pogen om zonder enig oogcontact zo snel mogelijk de kruising nemen. Meestal direct succesvol, soms met wat verbale ondersteuning zoals “ik heb voorrang hoor”. En in de binnenstad zelf zie je veelvuldig dezelfde truuk, ook al zijn daar de verkeerstekens wél eenduidig. Op de kruising Radesingel-Trompstraat bijvoorbeeld hebben fietsers die van de Trompstraat vanaf de Trompbrug komen haaietanden op de weg en moeten dus wachten op het verkeer op de Radesingel. Maar ik heb nog nooit een fietser voorrang zien geven: geen enkele fietser zal een andere fietser ook wanneer de verkeersregels opperduidelijk zijn onvoorwaardelijk voorrang verlenen. Auto’s is anders: daar werkt de ‘recht voor je kijken’ aanpak veel minder goed bij.

Ik ben er al jaren van overtuigd dat fietsers in Stad steeds meer een verkeersgroep wordt die het onderling niet zo nauw met de verkeersregels neemt. Nee, sterker, de verkeersregels altijd zo uitlegt dat er zo weinig mogelijk gestopt hoeft te worden. Ik denk dat ‘gelijk groen’ een handje helpt om de mentaliteit van fietsers te verharden. En ik denk dat we in een fase zitten waarin fietsers ook andere weggebruikers ‘opvoeden’ om hen de ruimte te geven.

Antennisator – part two

Nou moet zo’n Antennisator natuurlijk ook een mooie behuizing hebben en nou zouden we dat vroeger, als hobbyist, misschien wel van hout gemaakt hebben. Of metaal (blik?). Maar gegeven de omstandigheden (priegelige plugjes combineren met dik hout of antennesignalen overbrengen via een massadraad en dan monteren in blik) zou een dun plaatje kunststof in een kunststof doosje eigenlijk wel ideaal zijn. En dus wordt het tijd voor een 3D-printer, zoals de M3D die ik een tijdje van Rudi mag lenen!

Het idee voor een doosje is snel verzonnen: een rechthoekig bakje met een verzonken deksel, met de plugjes netjes passend in het deksel gemonteerd.

Maar zo’n idee is nog geen 3D-print, er moet eerst nog wat extra werk gedaan worden. Zo moet er in ieder geval een lijst met instructies gemaakt worden om er voor te zorgen dat de printer ook daadwerkelijk een doosje gaat printen. Nou hoef je die lijst met instructies gelukkig niet zelf te verzinnen, er zijn speciale programma’s die jouw 3D-ontwerp vertalen naar instructies waar je printer wat mee kan.

Twee van die programma’s zijn 123D Design en OpenSCAD. Laten we beide programma’s maar eens uitproberen.

Als eenvoudig doel had ik mij zelf gesteld om een doosje te ontwerpen van 90x60x35 mm met een wanddikte van 3 mm en met 6 rechtopstaande balkjes binnenin waarop een dekseltje zou kunnen rusten. Die 6 balkjes zijn natuurlijk 3 mm lager dan de rand van het doosje, zodat een dekseltje er mooi verzonken in kan liggen.

In 123D Design ziet dat er dan zo uit:

doosje in 123D Design

het doosje in 123D Design

123D Design is een prachtig hulpmiddel, maar zeker in het begin ben je constant aan het zoeken in youtube naar voorbeeldfilmpjes, want voor een argeloze gebruiker is er wel wat gewenning nodig (zo gebruik je de “J”-toets om van een gevulde rechthoek een holle rechthoek te maken. En als je iets wil kopiëren gebruik je natuurlijk de combinatie <ctrl>C <ctrl>V alleen krijg je dan wel een soort van gradenboog te zien, die je gebruikt om de kopie op de juiste plek te zetten. Reuze handig, maar je verwacht het niet…)

OpenSCAD hanteert een iets andere filosofie:

het doosje in OpenSCAD

het doosje in OpenSCAD

Er wordt hier met source code gewerkt, wat voor mij als oud-programmeur gesneden koek is. Maar op basis van deze source code is het nog niet makkelijk kiezen tussen 123D Design en OpenSCAD:

Source code OpenSCAD

Source code OpenSCAD

…maar wacht even: in een source code kun je vast ook met variabelen en functies werken! Ja, dan begint het een heel ander verhaal te worden:

Source code OpenSCAD, met variabelen

Source code OpenSCAD, met variabelen

Mijn enthousiasme begon te groeien, ik begon mijn beide tienerzonen te wijzen op het gemak van variabelen in een source, dat je dan door het wijzigen van één waarde de wanddikte op alle plaatsen in je model kunt aanpassen (dus niet alleen de wand zelf, maar ook de dikte van de ondersteunende balkjes)…

…of ik de heren heb kunnen overtuigen, weet ik niet, maar voor mijzelf begon er wel iets duidelijk te worden!

Ik ben verkocht, mijn keuze is OpenSCAD.

…wat niet wil zeggen, dat je niet hele knappe, fraaie dingen kunt doen met 123D Design, zoals deze heel ervaren meneer laat zien:

Duin’s 1e 3D-project: De Antennisator

“moet ik nog wat voor je meenemen?” “Nah, geloof het niet… Of, wacht eens, ik heb eigenlijk nog een 3D-printje nodig!”

Altijd gezellig als beste vriend Rudi langskomt. Een doordeweekse avond gevuld met dingen waarvan je zou willen dat die ook doordeweeks waren. Maar ja, of er doordeweeks ook altijd boterhammetjes mee te verdienen zijn…

Eén van mijn projectjes was een antenne-project voor m’n DAB+ ontvanger (een Sangean DPR-32):

dab+radio Sangean DPR-32

Sangean DPR-32

Ik gebruik dit ontvangertje op kantoor en de ontvangstkwaliteit is erg afhankelijk van de antenne. Die dan tevens dienst doet als koptelefoonsnoer. Tja, botsende belangen. Gelukkig is daar een oplossing voor bedacht:

Antenna decoupler

Antenna Input & Audio Lineout Adaptor For Portable Radios

Antenna Input & Audio Lineout Adaptor For Portable Radios

Even uitproberen met een stukje karton en een spinnenweb van componentjes en verdraaid, het lijkt nog te werken ook!

bovenkant antennisator

bovenkant antenne-prototype

onderkant antennisator

onderkant antenne-prototype

Nu nog een naam voor het project. Nou dat is natuurlijk ook snel gevonden. In goede Phineas&Ferb-traditie: De Antennisator!

(waar komt die galm vandaan?)