Outdoor zonnecellader voor telefoon en tablet

Met de zomermaanden voor de boeg is de kans groot dat je meer tijd in de buitenlucht doorbrengt, zoals tuin, strand of camping. En dat maakt de kans dat je je telefoon of tablet buiten wilt opladen groter. De vorige generatie zonnecelladers-met-ingebouwde-accu wordt op dit moment vervangen door een generatie van nieuwere, betere en nog mooiere types, een goed moment om een oud model ‘voor weinig’ op de kop te tikken.

Ik heb via eBay een Powertraveller Solarmonkey Adventurer uit Spanje laten komen. Paar tientjes, een derde van de oorspronkelijke prijs. Beetje een risico omdat dit exemplaar waarschijnlijk twee of drie jaar in een voorraadkelder heeft doorgebracht, maar dat bleek allemaal goed te komen.

IMG_1257

Powertraveller Solarmonkey Adventurer 2500 mAh, model 2014

Wat doet zo’n zonnecellader? Het is een zonnecel-met-ingebouwde-LiPo-accu. Je klapt de zonnecel open en zet deze in het daglicht, bij voorkeur buiten. Een beetje waterig zonnetje zet het laadproces al in werking en met een goed zichtbare rode led wordt aangegeven dat de accu wordt op- en bijgeladen. Na 12 uur zon of daglicht, volgens de handleiding, is de accu vol en gaat er een groene led branden. De USB aansluiting maakt het opladen van telefoons en tablets eenvoudig: het juiste laadkabeltje inprikken en je kunt los.

IMG_1254

Een groene led geeft aan dat de accu is opgeladen

De Solarmonkey Adventurer komt in een handig openritsbaar tasje waar de zonnecellader goed beschermd in is opgeborgen. Het oogt ook allemaal net even wat meer ‘praktisch outdoor’ met zo’n tasje: een losse zonncellader is toch meer een ‘gadget’. Er komen een hele rits aan kleine adapterstekkertjes mee, inclusief een oud model iPhone laadkabeltje. Ook een fraaie ophanghaak ontbreekt niet: handig om de zonnecellader aan een deurklink of voorkant van een tent te hangen. Aan het handvat van een rugtas gaat ook prima en aan een boomtak in de zon is helemaal ideaal.

Mijn ervaring met de zonnecellader is tot dusverre erg goed: het laden gaat dankzij de rode led transparant en stabiel en inderdaad is een dagje zomerzon voldoende om de 2500 mAh accu weer helemaal op te laden. Het opladen van een iPhone duurt, afhankelijk van het model, tussen de 2 en 4 uur. Stevig ding. Aanrader.

‘Tegelijk groen’ zorg voor verharding fietsersmentaliteit in de Stad

In de stad Groningen hebben fietsers sinds enkele jaren op diverse kruispunten met verkeerslichten gelijk groen. Dit zorgt voor een merkbaar snellere verkeersdoorstroming en de wachttijd voor fietsers (en hiermee het overige verkeer) wordt sterk verkort omdat fietsers niet meer op elkaar hoeven wachten. Het directe gevolg van ‘gelijk groen’ is echter ook dat de normale voorrangsregels op dat moment weinig betekenis meer hebben. Volgens de gemeente Groningen is ‘gelijk groen’ vooral “een verkeersveilige oplossing”. Maar ik denk dat ‘gelijk groen’ ook een mentaliteitsverandering van fietsers in de Stad tot gevolg heeft, waarin fietsers ook in andere situaties op zoek gaan naar een voor hen veilige en snelle manier om door het verkeer te laveren. Op termijn zou ‘gelijk groen’ wel eens een veel mindere verkeersveilige oplossing kunnen zijn in alle andere verkeerssituaties dan op kruispunten met verkeerslichten. Ik zeg hier ‘op termijn’, maar bedoel daar eigenlijk nu al mee.

IMG_1033

Enkele jaren terug fietste ik met een collega voor het eerst over het kruispunt Europaweg-Griffeweg. Toen de verkeerslichten op groen sprongen zei mijn collega: “geen oogcontact maken met de fietsers die van rechts komen en hard doorfietsen.” En op die manier zag ik vanuit mijn ooghoeken diverse fietsers van rechts op het laatste moment in de remmen hangen om een botsing met ons te vermijden. En eenmaal zelf in zo’n situatie gezeten herken je het gedrag bij andere fietsers meteen: elke keer als ik het kruispunt Hereweg-Zuiderpark passeer zie ik hele hordes fietsers pogen om zonder enig oogcontact zo snel mogelijk de kruising nemen. Meestal direct succesvol, soms met wat verbale ondersteuning zoals “ik heb voorrang hoor”. En in de binnenstad zelf zie je veelvuldig dezelfde truuk, ook al zijn daar de verkeerstekens wél eenduidig. Op de kruising Radesingel-Trompstraat bijvoorbeeld hebben fietsers die van de Trompstraat vanaf de Trompbrug komen haaietanden op de weg en moeten dus wachten op het verkeer op de Radesingel. Maar ik heb nog nooit een fietser voorrang zien geven: geen enkele fietser zal een andere fietser ook wanneer de verkeersregels opperduidelijk zijn onvoorwaardelijk voorrang verlenen. Auto’s is anders: daar werkt de ‘recht voor je kijken’ aanpak veel minder goed bij.

Ik ben er al jaren van overtuigd dat fietsers in Stad steeds meer een verkeersgroep wordt die het onderling niet zo nauw met de verkeersregels neemt. Nee, sterker, de verkeersregels altijd zo uitlegt dat er zo weinig mogelijk gestopt hoeft te worden. Ik denk dat ‘gelijk groen’ een handje helpt om de mentaliteit van fietsers te verharden. En ik denk dat we in een fase zitten waarin fietsers ook andere weggebruikers ‘opvoeden’ om hen de ruimte te geven.

Antennisator – part two

Nou moet zo’n Antennisator natuurlijk ook een mooie behuizing hebben en nou zouden we dat vroeger, als hobbyist, misschien wel van hout gemaakt hebben. Of metaal (blik?). Maar gegeven de omstandigheden (priegelige plugjes combineren met dik hout of antennesignalen overbrengen via een massadraad en dan monteren in blik) zou een dun plaatje kunststof in een kunststof doosje eigenlijk wel ideaal zijn. En dus wordt het tijd voor een 3D-printer, zoals de M3D die ik een tijdje van Rudi mag lenen!

Het idee voor een doosje is snel verzonnen: een rechthoekig bakje met een verzonken deksel, met de plugjes netjes passend in het deksel gemonteerd.

Maar zo’n idee is nog geen 3D-print, er moet eerst nog wat extra werk gedaan worden. Zo moet er in ieder geval een lijst met instructies gemaakt worden om er voor te zorgen dat de printer ook daadwerkelijk een doosje gaat printen. Nou hoef je die lijst met instructies gelukkig niet zelf te verzinnen, er zijn speciale programma’s die jouw 3D-ontwerp vertalen naar instructies waar je printer wat mee kan.

Twee van die programma’s zijn 123D Design en OpenSCAD. Laten we beide programma’s maar eens uitproberen.

Als eenvoudig doel had ik mij zelf gesteld om een doosje te ontwerpen van 90x60x35 mm met een wanddikte van 3 mm en met 6 rechtopstaande balkjes binnenin waarop een dekseltje zou kunnen rusten. Die 6 balkjes zijn natuurlijk 3 mm lager dan de rand van het doosje, zodat een dekseltje er mooi verzonken in kan liggen.

In 123D Design ziet dat er dan zo uit:

doosje in 123D Design

het doosje in 123D Design

123D Design is een prachtig hulpmiddel, maar zeker in het begin ben je constant aan het zoeken in youtube naar voorbeeldfilmpjes, want voor een argeloze gebruiker is er wel wat gewenning nodig (zo gebruik je de “J”-toets om van een gevulde rechthoek een holle rechthoek te maken. En als je iets wil kopiëren gebruik je natuurlijk de combinatie <ctrl>C <ctrl>V alleen krijg je dan wel een soort van gradenboog te zien, die je gebruikt om de kopie op de juiste plek te zetten. Reuze handig, maar je verwacht het niet…)

OpenSCAD hanteert een iets andere filosofie:

het doosje in OpenSCAD

het doosje in OpenSCAD

Er wordt hier met source code gewerkt, wat voor mij als oud-programmeur gesneden koek is. Maar op basis van deze source code is het nog niet makkelijk kiezen tussen 123D Design en OpenSCAD:

Source code OpenSCAD

Source code OpenSCAD

…maar wacht even: in een source code kun je vast ook met variabelen en functies werken! Ja, dan begint het een heel ander verhaal te worden:

Source code OpenSCAD, met variabelen

Source code OpenSCAD, met variabelen

Mijn enthousiasme begon te groeien, ik begon mijn beide tienerzonen te wijzen op het gemak van variabelen in een source, dat je dan door het wijzigen van één waarde de wanddikte op alle plaatsen in je model kunt aanpassen (dus niet alleen de wand zelf, maar ook de dikte van de ondersteunende balkjes)…

…of ik de heren heb kunnen overtuigen, weet ik niet, maar voor mijzelf begon er wel iets duidelijk te worden!

Ik ben verkocht, mijn keuze is OpenSCAD.

…wat niet wil zeggen, dat je niet hele knappe, fraaie dingen kunt doen met 123D Design, zoals deze heel ervaren meneer laat zien:

Duin’s 1e 3D-project: De Antennisator

“moet ik nog wat voor je meenemen?” “Nah, geloof het niet… Of, wacht eens, ik heb eigenlijk nog een 3D-printje nodig!”

Altijd gezellig als beste vriend Rudi langskomt. Een doordeweekse avond gevuld met dingen waarvan je zou willen dat die ook doordeweeks waren. Maar ja, of er doordeweeks ook altijd boterhammetjes mee te verdienen zijn…

Eén van mijn projectjes was een antenne-project voor m’n DAB+ ontvanger (een Sangean DPR-32):

dab+radio Sangean DPR-32

Sangean DPR-32

Ik gebruik dit ontvangertje op kantoor en de ontvangstkwaliteit is erg afhankelijk van de antenne. Die dan tevens dienst doet als koptelefoonsnoer. Tja, botsende belangen. Gelukkig is daar een oplossing voor bedacht:

Antenna decoupler

Antenna Input & Audio Lineout Adaptor For Portable Radios

Antenna Input & Audio Lineout Adaptor For Portable Radios

Even uitproberen met een stukje karton en een spinnenweb van componentjes en verdraaid, het lijkt nog te werken ook!

bovenkant antennisator

bovenkant antenne-prototype

onderkant antennisator

onderkant antenne-prototype

Nu nog een naam voor het project. Nou dat is natuurlijk ook snel gevonden. In goede Phineas&Ferb-traditie: De Antennisator!

(waar komt die galm vandaan?)