DJI Phantom 2 RPAS externe uitbreidingspoort maken

De DJI Phantom 2 is volgens de Nederlandse regelgeving een RPAS, een ‘Remotely Piloted Aircraft System’. Ik maak hiervan hobbymatig gebruik met een recreatief doel en val daarom onder de Regeling Modelvliegen uit 2005. Die regelgeving staat het gebruik van camera’s en dergelijke toe, zodat mijn ‘P2’ dan ook is voorzien van een actiecamera en XY-gimbal. Op die manier kun je leuke filmpjes maken, maar een actiecamera is niet altijd de meest geëigende manier om te fotograferen: voor een hele goede luchtfoto heb je andere apparatuur nodig. Om alle voorzieningen onder de P2 gemakkelijk te kunnen wisselen heb ik een externe uitbreidingspoort gemaakt, waaraan de verschillende apparaten gekoppeld kunnen worden.

IMG_7164

16-polige uitbreidingsplus met alle verbindingen die binnenin de Phantom 2 beschikbaar zijn

Aan de buitenkant heb ik gekozen voor een 16-polige header, die met een stukje regenboogband met het binnenwerk is verbonden. Binnenin zitten een aantal relevante systeemdelen waar verbinding mee gemaakt kan worden:

  • De DJI iOSD vluchtvisualisator, die vluchtgegevens over een analoog videobeeld heen kan superponeren (4 pinnen)
  • De P2 CAN-bus, waarover alle vluchtgegevens worden gecommuniceerd en die ook voor de stroomverzorging (7,2 volt) kan zorgen (4 pinnen)
  • Een servo-aansluiting F1 waarmee de kijkhoek (‘pitch’) van een camera kan worden ingesteld middels een hendeltje op de afstandsbediening (3 pinnen)
  • Een servo-aansluiting F2 waarmee de horizon (‘roll’) van een camera kan worden ingesteld (3 pinnen). De standaard afstandsbediening heeft hiervoor geen bediening, maar losse afstandsbedieningen vaak wel.
IMG_7163

Indeling van de uitbreidingspoort, hopelijk met een handige indeling

Ik heb geprobeerd het geheel enigszins handig in te delen, zodat je bij gelegenheid gemakkelijk een stekkertje kunt wisselen. Er is op dit moment slechts één pin waarop de accuspanning van de P2 staat: de + van de CAN-bus. Dat is nog niet heel handig en wie weet dat ik de twee vrije pennen links van de plug hiervoor ga gebruiken.

DJI iOSD vluchtvisualisator (pennen 1, 2, 3 en 4)

De DJI iOSD vluchtvisualisator is via een CAN-bus aangesloten op de Naza vluchtcomputer van de P2 en ontvangt hierdoor alle vluchtgegevens. Het apparaat bevat een eigen computer die de vluchtgegevens omzet in een analoog videobeeld. Indien aangeboden wordt dit videobeeld over een ander videobeeld heengeprojecteerd. Op die manier kunnen vluchtgegevens over het beeld van een videocamera worden getoond. De iOSD heeft vier aansluitingen: GND (1), video-out (2), GND (3) en video-in (4).

IMG_7158

iOSD met de video in- en uitgangen. Let op de lassen die met een witte en een gele krimpkous zijn afgeschermd: hier is de regenboogkabel verbonden met de oorspronkelijke interfacekabel

P2 CAN-bus (pinnen 5, 6, 7 en 8)

De CAN-bus voert de digitale informatie binnenin de P2. Hierover loopt o.a. de communicatie tussen de Naza vluchtcomputer. Naast digitale informatie voert de CAN-bus ook de voedingsspanning.

IMG_7162

CAN-bus, herkendbaar door de geel-bruin-rood-bruin bandkabel

September! De herfst is begonnen! Oh, nee, de klok gaat zo achteruit..

Ik realiseer me net dat de meteorologische herfst het dit jaar bij het juiste eind lijkt te hebben, met dat de herfst op 1 september is begonnen. Het is vandaag een druilerige, wat kille dag waar een zonnetje met regelmaat door een bui wordt afgewisseld, echt het begin van herfstweer, zo lijkt het.
De herfst begint echter feitelijk niet op 1 september, maar op (dit jaar) 21 september. De begindatum van de herfst hangt samen met het eindigen van een klimatologische periode, die met samen met het verminderen van de hoeveelheid daglicht een verandering van het weer doet inzetten. Men noemt dit de ‘astronomische begindatum van de herfst’. Maar waarom zijn er eigenlijk twee data waarop de herfst (en de winter, de lente en de zomer) begint? Waarom houden we een datum aan die, in alle betekenissen van het woord, niet klopt?

De astronomische begindatums van de seizoenen worden ieder jaar opnieuw berekend en die berekening gaat ongeveer als volgt: men bepaalt de kortste dag en de langste dag van een jaar, bijvoorbeeld 21 december en 21 juni. Dat zijn de begindata van de astronomische winter en zomer. De lente valt precies midden tussen de winter en de zomer, in het voorbeeld op 21 maart, en de herfst valt precies tussen de zomer en de opvolgende winter, zoals 21 september.
In de meteorologie werkt men met modellen waar de precieze begindatums van de seizoenen geen rol spelen. In rekenmodellen is het daarnaast veel gemakkelijker, om met volle maanden te rekenen. Daarom heeft men in de meteorologie gekozen, om de seizoenen ieder jaar op dezelfde datum te laten beginnen: 1 december, 1 maart, 1 juni, 1 september. Sinds enige jaren is de meteorologie vaker op TV en internet aan het woord dan de astrologie. Daarom hoor je vaker de door de meteorologen gebruikte datum dan die van de astrologen. En daarom is het anno 2015 zo, dat men op scholen ook ‘de eerste van de maand’ als start van het seizoen verkondigt. Jammer dat je dan niet meer kunt uitleggen, waarom een seizoen start wanneer -ie start.

De lengte van de dagen introduceert nog een ander evenement. Twee keer per jaar verzetten we de klok: in het voorjaar voor het instellen van de zomertijd (klok een uur vooruit) en in het najaar voor het instellen van de wintertijd (klok een uur achteruit).
Vanaf 21 december (de start van de astronomische winter) worden de dagen langer, vanaf 21 juni (start van de astronomische zomer) worden de dager weer korter. Ik heb hieronder in tabelvorm de tijdstippen voor zonsopgang en zonsondergang van het jaar 2013 weergegeven. Voor het gemak heb ik de tijdstippen in ‘wintertijd’ aangehouden (de zomertijd begon op 31 maart en de wintertijd op 27 oktober):

Datum Zon op Zon onder Uren daglicht Zomertijd
21 december  8:46 16:30 7:44
21 januari  8:35 17:08 8:33
21 februari  7:43 18:05 10:22
21 maart  6:40 18:55 12:15
21 april  5:30 19:48 14:18 6:30-20:48
21 mei  4:38 20:36 15:58 5:38-21:36
21 juni  4:20 21:04 16:44 5:20-22:04
21 juli  4:46 20:46 16:00 5:46-21:46
21 augustus  5:34 19:51 15:30 6:34-20:51
21 september  6:24 18:41 12:17 7:24-19:41
21 oktober  7:15 17:33 10:18 8:15-18:33
21 november  8:10 16:41 8:31

Het vooruit zetten van de klok heeft nogal impact op het bioritme van veel mensen. Wie kleine kinderen in huis heeft weet, dat die een paar dagen niet te genieten zijn als er aan de klok gefutseld wordt. In de landbouw en veeteelt is het gebruik van zomertijd lastig, omdat dieren en planten zich niet aan de zomertijd houden. Ook forenzen (mensen die voor hun werk eerder op pad moeten om op tijd aan te komen) hebben geen voordeel van de zomertijd: de lichten moeten in oktober ‘ochtends alsnog aan.

Voor wie is het instellen van de zomertijd dan bedoeld? Het belangrijkste argument is het beter gebruik maken van het daglicht door het gebruik van zomertijd. Daar zit wat in: in de zomermaanden lijkt het langer licht doordat de klok een uur later aanwijst dan ‘normaal’. Op 21 juni, de langste dag van het jaar, gaat de zon hierdoor kunstmatig ruim om 22:04 onder, in plaats van 21:04. Het nadeel is natuurlijk, dat de zon ook later lijkt op te komen: in oktober pas om 8:15, in plaats van 7:15. Is er dan nog steeds een reden om de zomertijd te handhaven? Ik denk persoonlijk van niet.