Zork

manuals-Zork1In de jaren 80 van de vorige eeuw was ik geabonneerd op het maandblad Kijk. De illustraties en bijbehorende vaak fantastische verhalen hielden mijn fantasie goed bezig en ik herinner me één specifiek artikel over verborgen spannende werelden aan de binnenkant van computers: de adventure. Tegen de tijd dat ik er over las was er al een heel genre van tekstgebaseerde computerspellen ontstaan die op de computers van die tijd werden gespeeld: Adventure, Zork, The Pawn en tientallen anderen.

De tekstadventures in die tijd waren vaak geïnspireerd door verhalen als The Hobbit en The Lord of the Rings, met meestal een eigen invulling voor de plaats waar het verhaal zich afspeelde en de personages die in het verhaal voorkwamen. De interactie met het spel ging via het invoeren van commando’s, gericht aan een denkbeeldige persona in het computerspel, en in de vorm van de beschrijvingen die in tekstvorm over het scherm rolden. Een bekende adventure uit die tijd was Zork.

Welcome to Zork.

You are in an open field west of a big white house with a boarded
front door.
There is a small mailbox here.

> open mailbox

Opening the mailbox reveals:
A leaflet.

 

Zork was belangrijk voor het genre, ondermeer omdat het op haast ieder platform beschikbaar was, van Apple II, Amiga en TRS-80 tot Commodore 64. In vergelijking met het grafische geweld dat we tegenwoordig verwachten is een tekstadventure hopeloos saai. Het spelelement zit echter niet in het beeld, maar in het woord. De tekstadventures werden ook ‘interactieve fictie’ genoemd: een avonturenverhaal waar jij het verloop bepaalde. Meestal moest er van de ene locatie naar de andere verplaatst worden, voorwerpen gezocht, puzzles opgelost en slechterikken verslagen. Hulp bestond er in de vorm van maps, hints en structured walkthroughs: stap-voor-stap beschrijvingen om het einde van de tekstadventure te bereiken. Een beetje als naar het laatste hoofdstuk gaan om te zien hoe het afloopt, dat wel.

 

DTP’en met Arial

Lettertypes bepalen de uitstraling en leesbaarheid van tekst. Hoewel de meeste mensen er geen namen aan kunnen hangen, herkennen ze snel het gebruikte lettertype en op die manier is het voor een merk eenvoudiger een ‘brand awareness’ te creëren.

RRR_1

Bij computers van Apple en bij Microsoft producten zoals Windows en Word, worden enkele lettertypes meegeleverd. Twee bekende hiervan zijn Times New Roman en Arial. Een goed lettertype is een waar kunstwerk. En net zoals ieder kunstwerk zijn kopieën vaak goedkoper dan het origineel. Het lettertype Arial is door Monotype ontworpen als alternatief voor Helvetica. De verschillen tussen Helvetica en Arial zijn voor iedereen te herkennen, hoewel ze in de details zitten: Helvetica gebruikt meer buigpunten dan Arial.

Ondanks het feit dat veel vormgevers hun neus optrekken voor Arial is het geen slecht lettertype. Echter, doordat iedereen het kan gebruiken ligt het gebruik van Arial ook voor minder vaardige vormgevers binnen bereik, waardoor het lettertype door professionals misschien geassocieerd wordt met slecht vormgeven.

schwarzkopf-arialToch kun je er een goede boodschap mee opstellen. Zelf heb ik een poosje terug met verbazing gekeken naar de handigheid waarmee collega een document met Arial opmaakte en daarmee een prachtig vormgegeven rapport produceerde. Ook grote merken schuwen het gebruik van het lettertype Arial niet.

Onze buurtkrant De Oosterpoorter heeft een beperkt aantal stijlregels, het gebruik van Arial is er duidelijk eentje van (niet alle stijlelementen komen vaker dan één editie voor, dus het is niet altijd goed te bepalen of er sprake is van een regel). Oorspronkelijk werd Arial in verschillende groottes met verschillende interlinies gebruikt en in varianten italic en Small Caps, gecombineerd met andere lettertypes zoals Times New Roman. Ik heb daar met het novembernummer van De Oosterpoorter een punt achter gezet en gekozen voor één regelafstand van 13,7 punten en één basislettertype Arial 11 punten.

Screenshot 2013-11-21 14.01.10

Ik heb er bewust voor gekozen om naast het lettertype niet veel stijlelementen te gebruiken. In vorige edities kwam er met regelmaat een stippellijn voor, die heb ik terug laten komen (hoewel ik persoonlijk niets met stippellijnen heb). Ook het gebruik van de witruimte tussen de koppen had een bepaalde consequentheid. De beginkapitaal is een experimentje, de tekst heeft ‘m niet echt nodig. De kleuren rood en blauw bestonden al (welliswaar in verschillende tinten), die heb ik een vaste CMYK-invulling gegeven en aangevuld met groen en geel. De blauwe balk voor terugkerende rubrieken was al een bestaand element (ik heb hier de afmetingen gereguleerd) en op basis hiervan heb ik het paginanummer in een vlak geplaatst. Niets spannends, maar hopelijk een rustgevende bladspiegel, waar de tekst en de foto’s belangrijker zijn dan de vormgeving.

Opmaken met Arial is meer een kwestie van weglaten dan van toevoegen. Niet te snel cursief, niet te snel vet, niet te snel een extra grootte. Dat gezegd hebbende jeuken mijn handen wel om iets te doen aan het gebruik van de kolommen. De smalle kolommen, gecombineerd met het relatief grote lettertype maken soms lelijke afbrekingen. En ik heb het idee dat de kerning nog wel iets beter kan. En die stippellijn. Daar heb ik twijfels over.


http://www.marksimonson.com/notebook/view/the-scourge-of-arial