Retina, boogminuten en pixelgrootte

Het beeldscherm van de nieuwe MacBook Pro Retina (MBPr) heeft een diagonaal van 39,12 cm (15,4 inch). De breedte van het scherm verhoudt zich tot de hoogte als 16:10. Dit maakt het beeldscherm 33,17 cm (13,06 in) breed en 20,73 cm (8,17 in) hoog. Met 2880×1800 pixels is dit een beeldschermresolutie van 220 pixels per inch en is de pixelgrootte ongeveer 0,12 mm.

Retina betekent volgens Apple dat het oog niet meer in staat is om de individuele beeldelementen te onderscheiden. Dit hangt samen met de pixelgrootte, de kijkafstand en een grootheid die gezichtsscherpte wordt genoemd en die uitgedrukt kan worden in boogminuten. Als je goede ogen hebt, is je gezichtsscherpte ongeveer 1 boogminuut. Boogminuten zijn eenheidsloos en afgeleid van radialen. Er gaan 2π radialen in een cirkel en 60 boogminuten in een radiaal.

De gezichtsscherpte = 3438 * (pixelgrootte / kijkafstand) boogminuten. De minimaal te onderscheiden pixelgrootte bij een gezichtsscherpte van 1 boogminuut is hiermee gelijk aan de kijkafstand / 3438.

Bij een kijkafstand van 40 cm is de miniaal te onderscheiden pixelgrootte daarom 40 / 3438 = 0,0116 cm of 0,12 mm, hetgeen precies zoveel is als de pixelgrootte van de MBPr. Werk je op 20 cm afstand, dan zul je nog iets van pixels kunnen onderscheiden. Vanaf 40 centimeter en verder lijkt het echter, of de letters op het Retina beeldscherm gedrukt zijn.


Zebra’s in Mountain Lion

OS X 10.8, Mountain Lion, komt met een aantal nieuwe bureaubladachtergronden. Sommige ervan zijn achter de computer tot stand gekomen, andere ervan zijn echte foto’s. Eén ervan, die bekend staat als Zebras, is gemaakt door Steve Bloom. Op zijn website doet hij het verhaal achter de foto:

We took off as soon as Air Traffic Control allowed us to and headed for the Delta. The clouds momentarily parted to let the morning light in and we found the zebras moving in the swamp. The encounter was brief. The diaphanous light faded quickly; the weather closed in behind us. The picture shows how the strong herd instinct protects each individual against predators.  After we landed, I managed to catch my flight home in the nick of time.

Moet Apple een leuk bedrag gekost hebben, maar wat een fraaie foto is het geworden.


De ergernis van Retina-beeldschermen

De iPhone 4 was er in 2010 het eerst mee uitgerust, gevolgd door de iPad 3 in 2012 en nu de nieuwste MacBook Pro: een Retina-beeldscherm. Retina is een marketingterm van Apple waarmee ze aanduiden dat het aantal beeldelementen per centimeter groter is dan het menselijk oog kan onderscheiden. Voor de gemiddelde consument is dat wel voldoende uitleg: één blik op het beeldscherm van een Retina-apparaat en je ziet het effect zelf.

Het werken met een Retina beeldscherm is bijzonder: in eerste instantie kijk je wat vreemd naar de letters op je beeldscherm, die er zo strak en gestoken uitzien dat je het gevoel hebt dat er nog zo’n doorzichtig beschermvel over het beeldscherm heengeplakt zit waarop tekst gedrukt staat. Maar na een paar minuten merk je dat al niet meer en ga je over tot de orde van de dag.

Als je dan na een uurtje werken op je fantastisch Retina-beeldscherm even op een ander niet-Retina-apparaat werkt, pas dan valt je op wat je net gemist hebt: de tekst op niet-Retina-beeldschermen ziet er wolkerig, vlekkerig en moeilijk te lezen uit. Het werken met een Retina-beeldscherm is daarmee gelijk een genot en een ergernis: ergernis vooral als je weer moet werken met een niet-Retina-apparaat.

Goed nieuws voor ons consumenten: nu Apple de eerste stap heeft gezet, zullen andere fabrikanten volgen. Over een paar jaar is Retina de nieuwe standaard voor beeldschermen. Ook goed nieuws voor onze ogen.

 

Raspberry Pi is de nieuwe retro home computer

Met het verdwijnen van home computer zoals de ZX Spectrum, BBC Micro en Commodore 64 in de jaren 80 zijn ook de mogelijkheden om iets te leren van computertechniek afgenomen, aldus de Raspberry Pi Foundation. Om daar verandering in te brengen hebben zij een paar weken terug in samenwerking met RS en Farnell de Raspberry Pi op de markt gebracht: een computerboard zo groot als een pinpas dat kan worden aangesloten op een TV en een toetsenbord. Het is een op een ARM-processor gebaseerde computer die veel normale taken kan doen, zoals tekstverwerking, spelletjes en het afspelen van HD-video. De Raspberry Pi wordt echter geleverd zonder schijfgeheugen, voeding, toetsenbord of kabels en er is geen besturingssysteem geïnstalleerd. De verse Raspberry Pi bezitter moet dus zelf aan de slag om er iets van te maken.

De Raspberry Pi is bedoeld om het knutselen aan computers voor jongeren toegankelijk te maken en te stimuleren. De bedenkers ervan zijn zelf opgegroeid in de tijd waarin de BBC Micro en Sinclair ZX 81 hoogtij vierden en vinden dat de jeugd van tegenwoordig dezelfde mogelijkheden zou moeten hebben als zij. Ten opzichte van andere soortgelijke initiatieven zoals de Arduino is een Raspberry Pi een stuk krachtiger en met een Linux besturingssysteem meer een software-knutselproject dan een hardware-knutselproject. Ook zijn door het Linux besturingssysteem randapparaten eenvoudiger aan te sluiten: er zijn immers al snel meer mogelijkheden om drivers te maken en te installeren. De prijs is vergelijkbaar: zowel en Arduino als een Rapsberry Pi gaan voor een 30 euro over de toonbank.


Elektrische huisinstallaties

Het wijzigen of uitbreiden van de elektrische installatie in huis is niet al te moeilijk, maar er zijn wat regels die gevolgd moeten worden. Hieronder een samenvatting.

Vanaf de groepenkast
Boven de elektriciteitsmeter bevindt zich de groepenkast. Iedere groep kan maximaal 16A leveren. In principe heeft iedere ruimte in huis een groep. Er zijn echter uitzonderingen. Ruimten die aan elkaar grenzen mogen samen op een groep en sommige zware verbruikers (oven, boiler, wasdroger) moeten een eigen groep. Het uitbreiden van de groepenkast (plaatsen van een extra groep bijvoorbeeld) mag door iemand die ‘terzake kundig is’, het plaatsen van een geheel nieuwe groepenkast is werk voor een erkend installateur.

Normaaldozen, centraaldozen en aarding
Vroeger maakte men gebruik van een normaaldozensysteem: elektrische leidingen werden over de muren heen, meestal in het zicht, doorgelust. Voor iedere uitbreiding werd een verbindingsdoosje in een bestaande leiding opgenomen. Dit systeem wordt niet meer toegepast en is vervangen door een centraaldozensysteem, waarbij in het midden van een ruimte in het plafond een grote doos is ingebouwd, vanuit waar alle aansluitpunten zijn bedraad. Sinds 1997 is het verplicht om iedere nieuwe wandcontactdoos te voorzien van randaarde.

Aansluitpunten
Vanuit de groepenkast lopen installatiebuizen. In elk van deze buizen zitten de draden van precies één groep: groen/geel, blauw en bruin. Deze buizen lopen naar de centraaldoos in de ruimte waar deze groep voor is bedoeld. Vanuit de centraaldoos loopt een installatiebuis naar iedere wandcontactdoos, schakelaar of lichtpunt. Hieronder de kleuren draden voor ieder aansluitpunt:

  • Wandcontactdoos: groen/geel, bruin, blauw
  • Enkelvoudige schakelaar: bruin, zwart
  • Wisselschakelaar: bruin, zwart, zwart
  • Lichtpunt: blauw, zwart

Alle draden komen samen in de centraaldoos, waarin de juiste verbindingen worden gemaakt middels geveerde contactblokjes.

Kleuren, functies en diameters
Er worden vier kleuren installatiedraad gebruikt: geel/groen, bruin, blauw en zwart. Iedere kleur heeft zijn eigen functie:

  • Geel/groen: dit is de aardingsdraad die is verbonden met een aardpin in de meterkast. De aardpin is een koperen staaf die enkele meters in de grond is geslagen en op dit manier verbinding maakt met de aarde. De aardingsdraad wordt gebruikt om elektrocutie tegen te gaan. Vroeger werd de aardingsdraad verbonden met de (koperen) waterleiding maar omdat tegenwoordig veel kunststof waterleidingen worden gebruikt, is meestal een aardpin in de meterkast nodig. In oudere installaties is een aardingsdraad grijs.
  • Bruin: dit is de fasedraad, in schema’s aangeduid met L, die de elektrische stroom aanvoert. Als een elektrische installatie goed is aangelegd dan is de fasedraad de enige draad die onder spanning staat. In oudere installaties is een fasedraad groen.
  • Blauw: dit is de nuldraad, aangeduid met N, die de elektrische stroom weer afvoert. In oudere installaties is een nuldraad rood.
  • Zwart: dit is een schakeldraad bedoeld voor een lichtpunt. Een zwarte draad wordt met een schakelaar met een bruine draad verbonden en vormt zo een geschakelde verbinding met een fasedraad.

In een huisinstallatie worden twee draaddiameters toegepast: 1,5mm² en 2,5mm². De draden geel/groen, bruin en blauw hebben een diameter van 2,5mm², de zwarte draad heeft een diameter van 1,5mm². Het aantal draden in een buis is niet onbeperkt. In een buis mogen alleen draden van één groep. Verder hangt het maximaal aantal toegestane draden af van de diameter van de buis, de aard van de buis en de diameter van de draad:

  • vaste buis 16mm: 3 x 2,5mm² + 2 x 1,5mm² of 2 x 2,5mm² + 3 x 1,5mm²
  • flexibele buis 16mm: 3 x 2,5mm² + 1 x 1,5mm² of 2 x 2,5mm² + 2 x 1,5mm²

Fruitvliegen semi-wetenschappelijk de baas

In de zomer komen er binnenshuis veel fruitvliegen voor. Fruitvliegen zijn kleine, zwarte vliegjes die zich in grote getale ophouden rond de vuilnisemmer, de fruitmand, de koelkast en de afzuigkap. Ze zijn enkele millimeters groot, vliegen niet heel snel en planten zich als een ware plaag voort, mits de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Omdat de vliegjes zo klein zijn nemen zij met weinig genoegen, hetgeen het wegnemen van de oorzaak extra lastig maakt. Er is echter een werkend stappenplan om van het grootste deel van de fruitvliegen verlost te worden.

Fruitvliegjes planten zich uitsluitend voort in zacht, rottend fruit, ook in dat hele kleine stukje dat onderin de fruitmand of koelkast is achtergebleven. Ze leven vervolgens op datzelfde fruit, maar ook op koffiepads, snijbloemen, nog niet afgewassen wijnglazen en diverse soorten schimmels. Ze worden sterk aangetrokken door zuren: meer door azijn dan door wijn. Doordat ze klein zijn kunnen ze op de oppervlakte van vloeistoffen landen en weer opstijgen. Ze zijn echter niet waterbestendig: door de oppervlaktespanning van de vloeistof te verminderen verdrinken ze.

Fruitvliegen ga je daarom met de volgende stappen effectief te lijf:

  • Neem zo goed mogelijk de oorzaak van de vermeerdering van fruitvliegen weg: verpak fruit in plastic zakken en leg het in de koelkast, zorg ervoor dat rijp fruit zo snel mogelijk wordt geconsumeerd en zorg ervoor dat er geen fruitrestjes, hoe klein dan ook, achterblijven in de fruitmand.
  • Stel vast waar de vliegjes zich in grote concentratie ophouden (bij het openen van de vuilnisemmer, de koelkast of de voorraadkast), neem de stofzuiger en zuig de fruitvliegjes op daar waar er veel tegelijk voorkomen. De fruitvliegjes vliegen zo langzaam dat ze met de stofzuiger eenvoudig uit de lucht te plukken zijn.
  • Plaats een schaaltje met water, azijn en een drup afwasmiddel. Door de azijn worden de fruitvliegjes aangetrokken, het afwasmiddel zorgt voor het breken van de oppervlaktespanning van het water. Het gevolg is dat de fruitvliegjes door het oppervlakte heenzakken en verdrinken, in plaats er over heen te lopen en weer weg te vliegen.
  • Herhaal de voorgaande stappen wekelijks.

Levensduur van laptopaccu’s fors verlengen

We gebruiken steeds meer batterijen en veel daarvan zijn oplaadbaar. Zorgvuldig omgaan met oplaadbare batterijen scheelt niet alleen in de portemonnee; het milieu is u ook dankbaar als u de levensduur van een oplaadbare batterij weet te verlengen.

Oplaadbare batterijen noemen we accu’s en die zijn er in een aantal chemische samenstellingen: lood, nikkel-cadmium (NiCd), nikkel-metaalhydryde (NiMH), lithium-ion (Li-ion) en Natrium-zwavel (NaS). Veel moderne lifestyle-apparaten zoals mobiele telefoons, draagbare muziekspelers, iPads en laptops maken gebruik van Li-ion-accu’s.

Een Li-ion-accu kan veel meer lading per kilogram én per kubieke centimeter bevatten dan een NiCd of NiMH-accu: 140 Wh/kg voor een Li-ion-accu tegen 60 Wh/kg voor een NiMH-accu. Een ander voordeel van de Li-ionaccu is de geringe zelfontlading: een Li-ion-accu kan prima een jaar ongebruikt op de plank liggen en na dat jaar nog een groot deel van zijn oorspronkelijke lading bevatten. Ook het opladen van een Li-ion-accu kan snel: onder de juiste omstandigheden binnen een half uur. Een Li-ion-accu heeft hiernaast geen enkele vorm van geheugeneffect en kan dan ook prima opgeladen worden als hij nog niet helemaal leeg is, of juist helemaal leeggemaakt worden voordat hij opnieuw wordt opgeladen.

Een Li-ion-accu heeft ook nadelen: door de hoge energiedichtheid is er explosiegevaar als de accu wordt beschadigd en de capaciteit neemt door chemisch verval 15% per jaar af. Een Li-ion accu met een oorspronkelijke capaciteit van 42,5 Wh zoals deze van een iPad 3, heeft na 3 jaar een restcapaciteit van 26 Wh. Als de accu oorspronkelijk 10 uur meeging, dan zal dat na 3 jaar nog maar 6 uur zijn. Hiernaast is het aantal keren dat een Li-ion-accu kan worden opladen en ontladen beperkt tot ongeveer 3000 keer.

Het chemisch verval heeft in de praktijk de grootste invloed op de levensduur van een Li-ion-accu. Er zijn een aantal factoren die dit verval beïnvloeden:

  • Temperatuur
  • Stimulatie van het chemische proces
  • Laad- en ontlaadproces

Bij een hoge temperatuur neemt het chemisch verval toe. Als een Li-ion-accu continue bij 30 graden wordt gebruikt, is de afname van de capaciteit 25% per jaar, in plaats van 15%. Bij weinig gebruik neemt het chemisch verval snel toe en de restcapaciteit af. En ook langdurig helemaal leeg of helemaal vol opslaan van de accu is niet gunstig voor de restcapaciteit.

Kortom:

  • Een Li-ion-accu moet regelmatig gebruikt worden
  • Hoge temperaturen verminderen de levensduur

De manier waarop mobiele telefoons en bijvoorbeeld iPads worden gebruikt is goed voor de Li-ion-accu’s: ze worden regelmatig gebruikt, met regelmaat opgeladen en zullen over het algemeen niet in al te hoge temperaturen belanden. In dit gebruiksmodel valt nog weinig extra levensduur te halen.

Laptops die veel thuis, op kantoor of juist heel onregelmatig worden gebruikt leveren meer problemen op. Door veelvuldig aan de lader te hangen wordt er weinig gebruik gemaakt van de accu, die vervolgens een versneld chemisch verval doormaakt. Door een aantal voorzieningen te treffen, kan de levensduur hier behoorlijk worden verlengd.

Tips voor een langere levensduur van Li-ion-accu’s:

  • De accu wekelijks half gebruiken en half opladen, bijvoorbeeld door een schakelklok te gebruiken in het geval van een laptop die altijd op een lader is aangesloten. Dit zorgt ervoor dat het chemisch proces in stand gehouden wordt
  • Zorg voor een goede ventilatie tijdens het gebruik en het laden: gebruik altijd een tafel zonder (stoffen) tafelkleed. Dit maakt dat de temperatuur niet te hoog oploopt
  • Vergeet niet om laptops die niet gebruikt worden toch wekelijks half te ontladen en weer wat bij te laden, voor ze weer opnieuw in de tas te stoppen